The ARCHAIC

Anthropocene Research Collective for Human, Animal and Interspecies Collaborations

“Korst noch mos”, terugblik op de korstmos/haiku middag

Ruïne in het park

Mensen zoeken in de zon

Korstmos; korst noch mos

Karin van Toor

Had een korstmos een gezicht, dan had dit exemplaar op een smalle boom in het Valkhofpark ongetwijfeld verbaasd gekeken. Uit het niets omsingelden vijftien exemplaren van de soort homo sapiens zijn boompje – als groupies hun idool – en drukten vijftien neuzen zich plat tegen de schors om zo dichtbij als mogelijk te komen. Bij gebrek aan gezichtsuitdrukking van de korstmos keken de twee hangjongeren op een nabij bankje dan maar met stomheid geslagen toe.

            Op 10 april organiseerde the ARCHAIC samen met Hava Güveli van het Poëziecentrum en korstmossenliefhebber Marcel Bingley een haiku-korstmosdag om één van onze stadsburen het zonnetje te zetten: de korstmos. Na korte lezingen trokken we al haikudichtend de stad in om onze symbiotische korstmosbuurman te leren kennen. Hoewel we over klimaat en natuur in grote verhalen denken, kunnen kleine verhalen en gedichten ons pas echt doen landen in onze omgeving.

Over de achteruitgang van de natuur vertellen we graag grote verhalen over verre oorden. Boskap in het Amazonewoud, exotische verdwijnende diersoorten zoals panda’s en gorilla’s, of ijsberen die zich dramatisch aan een laatste ijsschots vasthouden. Maar misschien begint een nieuw verhaal over de mens en de natuur ook wel dichterbij dan je denkt. In jouw stad, bijvoorbeeld. Bij die korstmos die daar tegen de muur van je huis aangroeit.

            Wij mensen zijn niet de enige inwoners van de stad. Gek dat we dat zo makkelijk vergeten. We delen de stad met duiven en reigers, bomen en struiken, mossen en korstmossen die allemaal hun plekje zoeken in deze omgeving. Meestal zien wij zulke stadsgenoten als een soort achtergrondruis. Maar kunnen we deze medebewoners ook anders leren kennen? Hoe kunnen we goede buren zijn voor deze nietmensen?

Maar misschien moeten we even bij het begin beginnen. Je weet misschien wel helemaal niet wat een korstmos is. Dat is niet zo gek: ze zijn weinig opvallend. En ook hun naam helpt niet echt. Korstmos is namelijk korst noch mos. Een normaal mos is namelijk een plantensoort, terwijl een korstmos een samenwerking is van een alg en een schimmel. De alg regelt het voedsel en de schimmel beschermt de alg als dank: ze verdelen de rollen onderling als een ongeëmancipeerd gezin uit de jaren vijftig.

Je herkent korstmossen vast wel als je ze ziet, want ze komen veel voor. Er wordt geschat dat ze zelf 6-8% van het aardoppervlak beslaan. Ze groeien bijna overal in Nederland. Sommige soorten zijn zulke allemansvrienden dat ze zelfs op metaal en stukken plastic hun thuis vinden. Ze lijken voor het ongeoefende oog wel wat op een soort uitgedroogd, felgekleurd mos: kijk maar eens naar de boomstammen in jouw straat. Grote kans dat ze daar groeien, als ronde, grijze plakkaten, of als gele vlekken op de stam.

geel groot dooierrmos

lentezon op oude muur

de merel vliegt op

Wil van Meurs

Korstmossen zijn oud. Heel oud. Ze zijn waarschijnlijk zelfs de eerste soorten die aan land kropen, terwijl de rest van het leven nog primitief aan het klooien was in de zee. Gedurende miljoenen jaren verkruimelden korstmossen de harde rotsen op land, waardoor er langzaam zoiets als een bodem kon ontstaan. Zonder hun harde voorbereidende werk zouden de continenten weinig aantrekkelijk zijn geweest voor planten – misschien bedanken bomen korstmossen alsnog door ze zich op hun schors te laten vestigen.

Maar hoe leer je een korstmos kennen? Je kunt wat plaatjes opzoeken op Google of je kunt, als je echt wild wordt, zelf met een boekje proberen soorten te identificeren volgens het systeem van Linnaeus. Maar dat is een beetje alsof je jouw buurman leert kennen door online zijn stamboom op te zoeken in plaats van aan te bellen en hem op de koffie uit te nodigen. Als je een korstmos wilt leren kennen, kan je ook naar buiten stappen, een korstmos opzoeken, deze aandachtig aankijken en kijken wat je voor elkaar kunt betekenen. Alsof je zijn hand schudt – als hij die had gehad.

Toegeven, dit klinkt wat zweverig. Maar hier is het ding. Het is voor mij even verrukt om te doen alsof alleen mensen (en een paar uitverkoren andere zoogdieren, zoals honden en katten) ertoe doen als stadsbewoners. Maar we weten dat er vossen, ratten, muizen onze straten delen, net als ‘onkruiden’ en bomen. En we weten ook dat al deze wezens reageren op wat wij doen. In het geval van de korstmos is dit zelfs heel duidelijk: in de tijd van de zure regen waren er hele ‘korstmoswoestijnen’ in Nederland, waaruit de korstmos zich teruggetrokken had. Als de korstmos dus al op ons reageert, is het dan zo’n gek idee om te vragen hoe wij kunnen leren reageren op zoiets als een korstmos?

zonnige korsten

morsige vlekken in grijs

aan zwart staal gehecht

Zwaan

Maar hier is nog een ding: reageren op een korstmos is nogal moeilijk. Een korstmos beweegt en groeit, maar doet dit alles zeer rustig aan (Marcel Bingley vertelde ons over een exemplaar dat ongeveer een centimeter per jaar toeneemt). We zien de veranderingen dus niet meteen. En ongeduldig als we zijn, doen we dan liever alsof zo’n korstmos helemaal niets doet – zodat we zonder enig schuldgevoel de hogedrukspuit erop kunnen zetten om onze gevels weer te doen blinken. Ik denk dat er subtielere relaties tot een korstmos mogelijk zijn dan dat.

            Kunnen we misschien de kunst gebruiken om de korstmos te leren kennen? In Staying with the Trouble schrijft de filosoof Donna Haraway dat ze genoeg heeft van de verhalen over De Mens die de Aarde verwoest en die zich nu via wetenschap en techniek zelf uit de penarie zou kunnen werken. Waarom? Deze verhalen worden zó groot, dat ze niets meer vertellen over onze verbondenheid met alle beestjes en wezens die ons helpen om überhaupt mens te zijn. In jouw maag wonen miljoenen bacteriën die niet jouw DNA hebben. Vruchtbare bodem krioelt van het leven. En onze steden delen we zoveel soorten dat het onderscheid tussen natuur en cultuur niet zo makkelijk te maken is. Hoe kunnen we deze verbondenheid een plek geven?

In plaats van de Grote Verhalen van het Antropoceen stelt Haraway daarom het Chtuluceen voor (cht is het Griekse voorzetsel dat ‘aarde’ betekent). We moeten leren begrijpen hoe wij altijd al deel zijn van netwerken waarin andere soorten ons vormen – en hoe wij andere soorten beïnvloeden. De mens (human) wordt dan ook hummus (humus) onder Haraways pen. Humus is een vruchtbare bodem die alleen maar ontstaat door de samenwerking van talloze soorten: de mens is nooit alleen en kan nooit de werkelijkheid van een afstandje bekijken. We zitten middenin de modder.

O, symbiose

Alg, verstikt en verslingerd

Zoals ik aan jou

Mara Huibers

En vanuit de modder moeten we zoeken naar verwantschappen. Dat begint met aandachtig kijken en verhalen vertellen die ons helpen om te begrijpen wat de dingen om ons heen doen. Zelfs korstmossen kunnen ons helpen. Ze zijn door hun gevoeligheid voor de luchtkwaliteit goede partners om ons iets te leren over de stadslucht – hun omvang en diversiteit vertellen ons over de stikstofniveaus en de vervuiling van de lucht. Wie de korstmossen leert kennen, ziet hier meteen een graadmeter voor wat voor soort lucht er in en uit ons gaat als we ademen: een behoorlijk intieme kennis!

De kunst kan, zo zegt de filosoof Paul Ricoeur graag, de wereld laten ‘zien als…’. Door met gedichten en verhalen stil te staan bij de korstmos, kunnen we deze leren zien als een prachtig landkoraalrif om te bewonderen of als een herinnering aan de oergeschiedenis van de aarde. Kunst plaatst de soort in een ander betekenisgeheel dan het systeem van Linnaeus – en staat ons zo toe om andere interpretaties van het wezen te verkennen.

            Voor Ricoeur is het ‘zien-als’ trouwens niet alleen maar een kunstzinnig experiment – het opent ook de weg tot ‘zijn-als’. Door de korstmos anders te zien verander je de zijnsmogelijkheden van deze soort- al zou het alleen maar zijn omdat je wel twee keer nadenkt voordat je hem met een hogedrukspuit van de stoep af blaast.

één en al korstmos

ieder stukje park omvat

nu dichtbij gebracht

Emma Hissink Muller

Volgens denkers als Haraway gaat het er om dat we gevoelig worden voor de andere soorten met wie we de wereld delen. Wie zou het nu nog opmerken als de korstmossen zich stilletjes zouden terugtrekken? Het is zonde dat we deze stadsnatuur, die lekker zijn eigen ding doet op de bomen en stenen van de stad, volledig buiten onze symbolische systemen valt: we praten er niet over en doen liever alsof het er helemaal niet is. Maar we kunnen pas reageren op wat er om ons heen gebeurt, als we eerst leren begrijpen waar we eigenlijk leven en wie er om ons heen meeleeft.

Dus organiseerde the ARCHAIC een haiku-korstmosfusionmiddag – en dus trokken we dichtend door het park. Misschien lijkt zo’n vreemde combinatie van een Japanse dichtvorm en een schimmel-alg symbiose een recept voor een writer’s block, maar tot mijn verbazing schoten de pennen over het papier. Al na een half uur ronddolen door het Valkhofpark tussen de ruïnes deelden wij prachtige gedichten met elkaar.

            Het was misschien een tijdelijke alliantie, maar even vormde zich hier een dichtend-denkende gemeenschap rondom de korstmossen van Nijmegen. Ik vraag me af hoeveel korstmossen dit al hebben meegemaakt in hun 400 miljoenjarige bestaan als soort. En hoewel de alliantie opbrak aan het einde van de workshop, leeft er in de hoofden van alle deelnemers één voornemen voort: om geraakt te durven worden door deze gele, groene, blauwe, grauwe korstmosburen.

Alle gedichten in dit stuk zijn geschreven op 10 april 2022 door deelnemers aan de workshop

Verslag door Boris van Meurs

Next Post

Leave a Reply

© 2022 The ARCHAIC